Student Personeel Alumni Werkveld International Vacatures

ZoekenRSSactuele pagina downloaden als PDF
Jargon in de logistiek: begrijpen wie begrijpen kan?
16/9/2010

De logistieke sector in Limburg heeft de laatste jaren enorm aan belang gewonnen. Steeds meer mensen vinden een job in de sector. Dit wel echter niet zeggen dat de zaken er eenvoudiger op worden. Veel Engelstalige termen vinden hun intrede in de werking van bedrijven.

 

Een gesprek met Liesbet De Munck, coördinator van de onderzoekscel “Log-IC” van de Provinciale Hogeschool Limburg (PHL), maakt veel duidelijk.

“In de voorbije dertig jaar heeft het uitbesteden van verscheidene businessprocessen een sterke opmars gemaakt. De reden hiervoor is eenvoudig: steeds meer bedrijven willen focussen op hun kernactiviteiten. Andere taken zoals het beheren van de informatica, het onderhouden van faxen en printers, het onderhoud van kantoren, enzovoort, worden tegenwoordig door gespecialiseerde dienstverleners verricht”, stelt De Munck.

Logistieke diensten ontsnappen blijkbaar niet aan deze evolutie, wel integendeel. Reeds in de jaren ’80 ontstond de trend om transport- en/of opslagactiviteiten uit te besteden. Tegenwoordig doet een logistieke dienstverlener veel meer. In de sector wordt logistieke dienstverlener ook wel een 1PL, 2PL, 3PL of 4PL genoemd. Maar waar staan deze afkortingen nu eigenlijk voor?

“De cijfers 1 tot 4 geven het ‘niveau’ van uitbesteding weer: ze staan voor de mate van complexiteit van de diensten die de logistieke dienstverlener in kwestie aanbiedt.

In eerste instantie werden transport- en opslagopdrachten vooral op onregelmatige en niet-contractuele basis aan logistieke dienstverleners uitbesteed. Het uitvoeren van operationele taken - transport en opslag - zonder vast contract noemt men first party logistics of 1PL.

Vanaf de jaren ’90 opteren verladers steeds meer voor een vaste samenwerking met één of enkele logistieke dienstverleners. Ze leggen de samenwerking contractueel vast, vaak na een intensieve tenderingprocedure (offerte- en onderhandelingsprocedure). In vakjargon wordt dit ook wel second party logistics of 2PL genoemd.”

Tijdens de tweede helft van de jaren ’90 beginnen logistieke dienstverleners naast basislogistieke activiteiten zoals transport en opslag ook waardetoevoegende activiteiten aan te bieden. Deze activiteiten kunnen gerelateerd zijn aan de goederenstroom, de zogenaamde value added logistics (VAL). Hieronder vallen activiteiten zoals het belabelen van kleding of blikjes (labelling), het samenstellen van kits, bv. door een juiste kabel en handleiding aan een printer toe te voegen (kitting). De diensten kunnen ook gerelateerd zijn aan de informatiestroom, de zogenaamde value added services (VAS), zoals douanebeheer of voorraadbeheer. Logistieke dienstverleners met een dergelijk uitgebreid dienstenpakket staan bekend als third party logistics providers (3PL).

De globalisering en de daarmee gepaard gaande schaalvergroting zorgen het laatste decennium voor steeds complexere logistieke ketens. “Sommige logistieke dienstverleners, ook wel fourth party logistics providers (4PL) genoemd, hebben zich dan ook omgevormd tot ‘logistieke integrators’. Zij zijn ketenregisseurs die de verantwoordelijkheid voor de organisatie en het beheer van grote delen of het geheel van de logistieke keten van de verlader overneemt.”

“Deze ontwikkelingen in de logistieke sector hebben ervoor gezorgd dat steeds meer bedrijven een behoefte hebben aan ondersteuning: kennis en onpartijdig advies inzake logistieke ict en dienstverlening. Log-IC wil KMO’s helpen bij het vinden van het bos door de bomen”, besluit Liesbet De Munck.

De onderzoeksgroep “Log-IC” is verbonden aan de opleiding Logistiek Management van het departement PHL-Business van de Provinciale Hogeschool Limburg (PHL). Deze opleiding is de grootste in zijn soort in Vlaanderen. Dit geeft aan hoe belangrijk de logistieke sector voor de Limburgse economie is.