Student Personeel Alumni Werkveld International Vacatures

ZoekenRSSactuele pagina downloaden als PDF
Begrippenkader: verklarende woordenlijst

- B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z

 

Aanvullingstraject
Een aanvullingstraject is een traject dat je kan volgen na een graduaatsopleiding om een hogere graad te bekomen.

Academiejaar

Een periode van één studiejaar dat ten vroegste op 1 september en uiterlijk op 1 oktober begint en eindigt op de dag vóór het begin van het volgende academiejaar. Van de vaste duur van één jaar kan uitzonderlijk worden afgeweken indien het instellingsbestuur beslist de start van het academiejaar ofwel te vervroegen of te verlaten.

Actualiseringsprogramma

Een programma dat kan worden opgelegd aan studenten die over een creditbewijs of een bewijs van bekwaamheid beschikken dat meer dan vijf kalenderjaren tevoren is verworven en dat de student wenst te valoriseren in de context van zijn opleiding.

Afstandsonderwijs

Het onderwijs dat bijna uitsluitend met behulp van multimedia wordt verstrekt, waardoor de student niet aan een bepaalde plaats van onderwijsverstrekking gebonden is.

Afstudeerproject

Een gestructureerde opdracht die de student dient uit te voeren in het laatste jaar van zijn opleiding, onder begeleiding van een promotor en eventueel een externe deskundige. De student dient een rapport in dat mogelijks nog verdedigd moet worden voor een jury, al dan niet met externe deskundigen. De vereisten worden omschreven in de studiegids en eventueel aangevuld met een bijkomende handleiding.

Afstudeerrichting

Een differentiatie in een opleidingsprogramma met een studieomvang van minstens 30 studiepunten.

Artistiek gebonden onderwijsactiviteiten

Door het bestuur van de hogeschool aangewezen onderwijsactiviteiten van zuiver artistieke aard die rechtstreeks op de beoefening van de kunst gesitueerd zijn in de studiegebieden architectuur, audiovisuele en beeldende kunst, podiumkunsten en productontwikkeling.

Associatie

Een vereniging zonder winstoogmerk die bestaat uit volgende verplichte leden: enerzijds een rechtspersoon verantwoordelijk voor een universiteit die zowel bachelor- als masteropleidingen aanbiedt en anderzijds minstens een rechtspersoon verantwoordelijk voor een hogeschool. De PHL vormt een associatie met de universiteit Hasselt, de Xios hogeschool en de Transnationale universiteit Maastricht, met de naam AUHL (Associatie Universiteit Hogescholen Limburg).

Bacheloropleiding

De studieomvang van een bacheloropleiding bedraagt tenminste 180 studiepunten.

Professionele bachelor
Een professionele bachelor bereidt in principe voor op een beroep. Het is een bacheloropleiding die gericht is op de algemene vorming en de verwerving van professionele kennis en competenties, gestoeld op de toepassing van wetenschappelijke of artistieke kennis, creativiteit en praktijkkennis. Meer in het bijzonder hebben professioneel gerichte bacheloropleidingen tot doel de studenten te brengen tot een niveau van algemene en specifieke kennis en competenties nodig voor de zelfstandige uitoefening van een beroep of groep van beroepen. Deze opleidingen worden aangeboden aan de hogescholen.

Academische bachelor
Een academische bachelor bereidt in principe voor op een masteropleiding. Het is een bacheloropleiding die gericht is op de algemene vorming en op de verwerving van academische of artistieke kennis en competenties, eigen aan het functioneren in een domein van wetenschappen of van de kunsten. Academisch gerichte opleidingen zijn op wetenschappelijk onderzoek gebaseerd. Meer in het bijzonder hebben de academisch gerichte bacheloropleidingen tot doel de studenten te brengen tot een niveau van kennis en competenties eigen aan het wetenschappelijk of artistiek functioneren in het algemeen en aan een specifiek domein van de wetenschappen of de kunsten in het bijzonder. Hoofddoelstelling van dergelijke opleiding is het doorstromen naar een masteropleiding; aanvullende doelstelling is het uitstromen naar de arbeidsmarkt. Deze opleidingen worden aangeboden aan de hogescholen in het kader van een associatie, en aan universiteiten.

Bachelor na bachelor (banaba)
Een bacheloropleiding die volgt op een andere bacheloropleiding en die ten minste 60 studiepunten omvat. Een banaba bouwt inhoudelijk verder op een bestaande bachelor en betekent voor de student een verdieping van eerder verworven kennis. Deze bacheloropleidingen zijn enkel toegankelijk voor houders van een bachelordiploma, eventueel aangevuld met een voorbereidingsprogramma. De hogeschool kan de inschrijving afhankelijk maken van een onderzoek naar de geschiktheid en bekwaamheid van de persoon.

Bekwaamheidsonderzoek

Het onderzoek naar de competenties van een persoon met het oog op het afleveren van een bewijs van bekwaamheid.

Beursstudent

Een beursstudent is een student die aan de financiële voorwaarden voldoet om een studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap te ontvangen, of onderdaan is van een staat behorende tot de Europese Economische Ruimte en beantwoordt aan de criteria voor het verkrijgen van een studiefinanciering van de Vlaamse gemeenschap, of een DGOS-bursaal is, een BTC-bursaal of een bursaal in de programma's van de ontwikkelingssamenwerking van de Vlaamse Interuniversitaire Raad.

Bijna-beursstudent

Een bijna-beursstudent is een student die niet voldoet aan de financiële voorwaarden voor een studietoelage, maar waarvan het referentie-inkomen minder dan 1.390 euro (bedrag 2008-2009) boven de maximumgrens ligt. Een bijna-beursstudent betaalt het tussentarief.

Bewijs van bekwaamheid

Het bewijs dat een student op grond van EVC en/of EVK de competenties verworven heeft eigen aan het niveau van bachelor in het hoger professioneel onderwijs of het academisch onderwijs, of het masterniveau, of een welomschreven opleiding, opleidingsonderdeel of cluster van opleidingen.

Bij- en nascholingstrajecten

Kortere opleidingstrajecten georganiseerd door universiteiten en/of hogescholen in het kader van de permanente vorming.

Blok (PGO)

De leerstof die de student in het probleemgestuurd onderwijs geacht wordt te kennen, is verbonden aan een thema. Ieder thema wordt gedurende een beperkte periode (meestal 6 weken) bestudeerd. Een periode van 6 weken gekoppeld aan een thema noemt men een blok.

Bloktoets (PGO)

De beoordeling van de student per blok.

Coördinerend verantwoordelijke

Wanneer een opleidingsonderdeel beoordeeld wordt door meer dan één lid van het onderwijzend personeel, dan wordt één onder hen aangeduid als coördinerend verantwoordelijke. Enkel de coördinerend verantwoordelijke is stemgerechtigd in de examencommissie.

Creditbewijs

De erkenning van het feit dat een student blijkens een examen de competenties, verbonden aan een opleidingsonderdeel, heeft verworven. Deze erkenning wordt vastgelegd in een document of registratie. De verworven studiepunten verbonden aan het betrokken opleidingsonderdeel worden aangeduid als credits.

Creditcontract

Een contract dat je (meestal voor een beperkt aantal opleidingsonderdelen) afsluit zonder dat je meteen de bedoeling hebt een diploma te behalen.
Voor elk opleidingsonderdeel waarvoor je een examencijfer van 10 of meer op 20 behaalt, krijgt je een creditbewijs. Je kan in je studietraject zoveel creditbewijzen verzamelen als je nuttig vindt. Mocht je na verloop van tijd genoeg creditbewijzen verzameld hebben om in aanmerking te komen voor een diploma, dan kan je op dat ogenblik nog altijd een diplomacontract afsluiten. Het verschil tussen het huidige creditcontract en de vroegere vrije student is dat de examencijfers van 10 of meer op 20 recht geven op een creditbewijs (geldig gedurende een periode van 5 jaar).

Deliberatie

De beraadslaging van de examencommissie over het globale resultaat van de student.

Departement

Organisatorisch deel van de hogeschool dat geleid wordt door een departementshoofd.

Dienst studentenadministratie

De administratieve diensten belast met het voeren van de studentenadministratie. Er is een dienst studentenadministratie op campus Elfde Linie (hoofddienst), campus Hasselt-Centrum en campus Diepenbeek.

Diploma

Het document dat op het einde van een bachelor- of masteropleiding aan een voor het geheel van de opleiding geslaagde student wordt afgeleverd en waarin de belangrijkste identificatiegegevens van de student en de opleiding worden opgenomen.

Diplomasupplement

Het overeenkomstig Europese standaarden opgestelde document waarin de niet in het diploma vermelde bijzondere karakteristieken van de opleiding en van de studieresultaten worden vermeld. Dit document bevat in het bijzonder de creditbewijzen voor de geslaagde opleidingsonderdelen.

Diplomacontract

Een toetredingscontract, aangegaan tussen het instellingsbestuur en de student die zich inschrijft met het oog op het behalen van een diploma van een opleiding (te vergelijken met de vroegere inschrijving als voltijds of deeltijds regulier student). Een bachelordiploma wordt behaald nadat een studieprogramma van 180 studiepunten is afgewerkt (normalerwijze na 3 jaar studie). Een masterdiploma wordt verkregen na het behalen van een bachelordiploma en na het volgen van een studieprogramma van minimum 60 studiepunten (normalerwijze minimum 1 jaar). In het kader van een diplomacontract kies je een bepaald studietraject, hierbij heb je de keuze tussen een modeltraject (MT) of een individueel traject (IT).

Eerder verworven competenties (EVC)

Het geheel van vaardigheden, kennis, inzicht en attitudes verworven door middel van leerprocessen die niet met een studiebewijs werden bekrachtigd.

Eerder verworven kwalificaties (EVK)

Elk binnenlands of buitenlands studiebewijs dat aangeeft dat er een formeel leertraject, al dan niet binnen onderwijs, met goed gevolg werd doorlopen, voor zover het niet gaat om een creditbewijs dat werd behaald binnen de instelling en opleiding waarbinnen men de kwalificatie wenst te laten gelden.

Eindwerk of eindproject

De opdracht die als afronding van de studies geldt en wordt afgesloten met een eindexamen. Het onderwerp ervan moet betrekking hebben op de finaliteit van de opleiding.

Examen

Het geheel van evaluatieactiviteiten waarmee wordt nagegaan of en in welke mate een student de competenties, verbonden aan een opleidingsonderdeel, heeft verworven en dus de doelstellingen van het opleidingsonderdeel heeft bereikt.

Examencontract

Een toetredingscontract aangegaan tussen het instellingsbestuur en de student die zich inschrijft voor het afleggen van examens met het oog op het behalen van het diploma van een opleiding, of van een creditbewijs voor één of meer opleidingsonderdelen.

Examendeel

Examen van een deel van een opleidingsonderdeel. De examendelen per opleidingsonderdeel kan je terugvinden in de beschrijving van het opleidingsonderdeel. 

Examenperiode

De hogeschool organiseert elk academiejaar meerdere examenperiodes. Het aantal en de start- en einddatum per periode worden opgenomen in de jaarplanning van elke opleiding. De laatste examenperiode van een academiejaar is de enige periode waarin de student desgevallend zijn tweede examenkans per opleidingsonderdeel kan benutten (zgn. tweede zittijd). De daaraan voorafgaande examenperiodes vormen de eerste zittijd. In principe wordt enkel in juni/juli en in september gedelibereerd over respectievelijk de eerste en de tweede examenkans van elk opleidingsonderdeel.

Examentuchtbeslissing

Een sanctie opgelegd naar aanleiding van examenfeiten.

Functiebeperking (volgens financieringsdecreet)

Volgens het financieringsdecreet: een student met een functiebeperking is een student die bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap een recht heeft geopend op een tegemoetkoming.

Volgens VLOR-advies: een student met functiebeperking is een student die kan belemmerd worden in het studeren door: 
- visuele beperkingen (blindheid, slechtziendheid);
- auditieve beperkingen (doofheid, slechthorendheid);
- motorische beperkingen (verlamming ledematen, zwakke spraakmotoriek, verlaagd spierrendement, …);
- chronische ziekte (diabetes, chronisch vermoeidheidssyndroom, pijnstoornissen, epilepsie, astma, allergie, …); 
- leerstoornis (dyslexie, dyscalculie, …);
- studenten met een psychiatrische functiebeperking (depressie, angst, eetstoornis, slaapstoornis, psychosen, autisme, ADHD, …); 
- studenten met een meervoudige functiebeperking;
- overige aandoeningen.

Generatiestudent

Een student die zich, in een bepaald academiejaar, voor het eerst inschrijft met een diplomacontract voor een professioneel of academisch gerichte bacheloropleiding in het Vlaamse hoger onderwijs. Het statuut van generatiestudent geldt voor dat volledige academiejaar.

Graad

Aanduiding van bachelor, master of doctor, verleend op het einde van een opleiding.

Individueel traject (IT)

Een individueel traject is elk traject dat afwijkt van het modeltraject (MT); het is een studieprogramma op maat, bijvoorbeeld omwille van vrijstellingen of studievertraging.

Keuzeopleidingsonderdeel

Naast de verplicht te volgen opleidingsonderdelen moet de student - in sommige curricula - een deel van het curriculum vrij invullen. Afhankelijk van de regels die binnen de opleiding bepaald zijn, kiest de student ofwel een opleidingsonderdeel uit een welbepaald aanbod, ofwel stelt de student zelf een opleidingsonderdeel voor. Een zelfgekozen keuzeopleidingsonderdeel moet altijd goedgekeurd worden door de opleidingscoördinator van de opleiding. 

Learning agreement

Contract dat de student afsluit met de PHL en de gastinstelling in het kader van een mobiliteitsprogramma. Het contract bevat een lijst van de opleidingsonderdelen die de student aan de gastinstelling zal volgen.

Leerkrediet

Het totale pakket van studiepunten dat een student gedurende zijn studieloopbaan kan inzetten voor een inschrijving onder diplomacontract in een initiële bachelor- of masteropleiding of een opleidingsonderdeel onder creditcontract. Het leerkrediet bedraagt 140 punten bij de start in het hoger onderwijs. Per gevolgd studiejaar (in de regel 60 studiepunten) gebruikt de student zijn leerkrediet voor de studiepunten waarvoor hij ingeschreven is. Per geslaagd onderdeel verdient hij leerkrediet evenredig terug. Omdat de overgang van het secundair naar het hoger onderwijs niet altijd eenvoudig is, krijgt een student voor de eerste zestig studiepunten waarvoor hij geslaagd is extra leerkredietpunten (de eerste 60 krijgt hij dubbel terug).

Masteropleiding

Een opleiding die aansluit op een bacheloropleiding, ofwel rechtstreeks wanneer het gaat om de academische bacheloropleiding die aangewezen werd om rechtstreeks toegang te verlenen tot de betreffende masteropleiding, ofwel na het volgen van een schakelprogramma of een voorbereidingsprogramma. Een masteropleiding heeft tot doel de studenten te brengen tot een gevorderd niveau van kennis en competenties eigen aan het wetenschappelijk of artistiek functioneren in het algemeen, en aan een specifiek domein van de wetenschappen of de kunsten in het bijzonder, dat noodzakelijk is voor de autonome beoefening van de wetenschappen of de kunsten of voor de aanwending van wetenschappelijke of artistieke kennis in de zelfstandige uitoefening van een beroep of groep van beroepen. De studieomvang van een masteropleiding bedraagt ten minste 60 studiepunten. Een masteropleiding wordt afgesloten met een masterproef.

Master na master (manama)

Een masteropleiding die volgt op een andere masteropleiding. Een manama bouwt inhoudelijk verder op een bestaande masteropleiding en betekent voor de student een verdieping van eerder verworven kennis. Deze masteropleidingen zijn enkel toegankelijk voor houders van een masterdiploma, eventueel aangevuld met een voorbereidingsprogramma. De hogeschool kan de inschrijving afhankelijk maken van een onderzoek naar de geschiktheid en bekwaamheid van de persoon.

Masterproef

Werkstuk waarmee een masteropleiding wordt voltooid, en waarin de student blijk geeft van een analytisch en synthetisch vermogen, van een zelfstandig probleemoplossend vermogen op academisch niveau of van het vermogen tot kunstzinnige schepping. Het werkstuk weerspiegelt de algemeen kritische reflecterende ingesteldheid. Een masterproef heeft een studieomvang van minstens een vijfde van het totaal aantal studiepunten van het opleidingsprogramma met een minimum van 15 studiepunten en een maximum van 30 studiepunten.

Modeltraject (MT)

Een studietraject dat bestaat uit een voor een opleiding opgesteld opleidingsprogramma waarbij met opname van verplichte en keuzemogelijkheden wordt verduidelijkt hoe een student het aan de opleiding verbonden diploma kan behalen. Het modeltraject verduidelijkt in het bijzonder de opdeling in trajectschijven.

Na- en bijscholing

Opleidingen, beperkt in duur, georganiseerd in het kader van de permanente vorming en bekrachtigd met een getuigschrift.

Normstudent

Het begrip normstudent verwijst naar de student die voldoet aan de begintermen van het opleidingstraject: die de kenmerken vertoont inzake voorkennis, begaafdheid, motivatie en studiehouding van het doelpubliek waarop de opleiding zich bij het opzetten van het opleidingstraject richt.

Onderwijsactiviteit

De algemene benaming voor bijvoorbeeld hoorcolleges, practica, laboratoria, individuele of groepsopdrachten, stages, seminaries, werkcolleges, ...

Onderwijsgroep (in PGO)

In een kleine groep zoeken studenten gedurende enkele weken een oplossing voor een probleem dat relevant is voor de beroepsuitoefening en dit volgens een vaste procedure. Studenten maken hierbij intensief gebruik van het studie- en multimedialandschap en de bibliotheek waar zij de nodige kennis opzoeken en verwerken d.m.v. zelfstudie. De resultaten hiervan worden aan elkaar gerapporteerd onder begeleiding van een tutor. De rol van de tutor beperkt zich tot het stimuleren van de samenwerking en het onderwijsleerproces.

Opleiding

De structurerende eenheid van het onderwijsaanbod. Zij wordt bij succesvolle voltooiing bekroond met een diploma. Een opleiding heeft een studieomvang van 60 studiepunten of een veelvoud daarvan.

Opleidingsprogramma

Het geheel van verplichte en keuzeopleidingsonderdelen die door een opleiding worden geprogrammeerd.

Opleidingsonderdeel

Een afgebakend geheel van onderwijs-, leer-, en evaluatieactiviteiten dat gericht is op het verwerven van welomschreven competenties. Een opleidingsonderdeel omvat ten minste 3 gehele studiepunten en leidt tot één afzonderlijk beoordelingscijfer.

Opleidingsprofiel

Een overzicht van de competenties waarover een student moet beschikken op het moment van afstuderen en dit op het niveau van de opleiding of afstudeerrichting; geordend volgens de rollen die een beginnend beroepsbeoefenaar moet kunnen opnemen. 

Permanente evaluatie

Regelmatige evaluatie van het leerproces van de student tijdens het academiejaar, hetzij formatief (ter ondersteuning van het leerproces), hetzij summatief (meetellend in de eindbeoordeling). Permanente evaluatie kan verschillende vormen aannemen (tussentijdse toetsen, opdrachten, evaluatie van medewerking tijdens de les of aan een discussieforum, ...) en is bedoeld om het verwerkingsproces van de leerstof continu over het academiejaar te laten verlopen. Bovendien levert permanente evaluatie onmiddellijke feedback aan de docent over de vorderingen en eventuele moeilijkheden bij de student. Ook de student krijgt via permanente evaluatie een beter zicht op het eigen leerproces.

PGO: probleemgestuurd onderwijs

Onderwijsvorm waarbij het curriculum gestructureerd wordt in zogenaamde blokken waarin thema's interdisciplinair verkend worden. Vanuit een gesteld probleem dat relevant is voor de toekomstige beroepscontext verwerft de student de nodige kennis en vaardigheden om dit probleem op te lossen. In onderwijsgroepen reflecteren de studenten onder begeleiding van een tutor op de verzamelde en verwerkte informatie. Dit vormt de basis voor bijsturing van het leerproces. De evaluatie van de verworven competenties gebeurt op het einde van elk blok door middel van een bloktoets.

Postgraduaat

Opleiding die in het kader van de verdere professionele vorming, een verbreding c.q. verdieping beoogt van de competenties verworven bij de voltooiing van een bachelor- of masteropleiding, met een studieomvang van minstens 20 studiepunten. Een postgraduaat wordt bekrachtigd met een postgraduaat getuigschrift.

Projectonderwijs

In projectonderwijs werken studenten gedurende een langere periode in groep (uit een zelfde of verschillende studiejaren en studierichtingen) en met begeleiding aan een opdracht of praktijkprobleem. Via deze opdracht of dit praktijkprobleem verwerven studenten kennis (met inbegrip van inzichten en metacognitie), vaardigheden en attitudes. De studenten concretiseren en herformuleren eventueel de opdracht, respectievelijk de probleemstelling en structureren een aanpak voor de probleemoplossing. Ze werken een oplossing uit, gebruikmakend van theoretische en praktische kennis.

Raad voor betwistingen inzake studievoortgangbeslissingen

Administratief rechtscollege, opgericht bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, dat uitspraak doet over de beroepen die door studenten worden ingesteld tegen studievoortgangbeslissingen, na uitputting van het intern beroep tegen dergelijke beslissingen (beoordeling of deze beslissingen in overeenstemming zijn met de decreten, reglementen, de onderwijs- en examenbeslissingen en de algemene administratieve beslissingen en/of beoordeling of deze beslissingen regelmatig en redelijk zijn). Deze procedure vervangt in eerste instantie de procedure voor de Raad van State.

Schakelprogramma

Een programma dat kan worden opgelegd aan een student die zich wenst in te schrijven voor een masteropleiding op grond van een in het professioneel hoger onderwijs uitgereikt bachelordiploma. Het programma beoogt het bijbrengen van de algemene wetenschappelijke competenties en wetenschappelijke disciplinaire basiskennis. Dit programma bevat minimum 45 en maximum 90 studiepunten. Het instellingsbestuur kan de omvang van een schakelprogramma op basis van eerder verworven kwalificaties of de resultaten van een bekwaamheidsonderzoek verminderen tot 30 studiepunten. Een verdere vermindering van de studieomvang kan enkel als blijkt dat uit eerder verworven kwalificaties de nodige wetenschappelijke voorkennis is verworven.

Specificatie van een graad

Toevoeging van de woorden 'of science' of 'of arts' aan een graad.

Studiecontract

In het kader van een toetredingsovereenkomst sluit je in de hogeschool een studiecontract af. Dit contract wordt afgesloten ten laatste op de dertigste dag na de inschrijving.
Je hebt de keuze tussen drie soorten contracten: een diplomacontract, een creditcontract en/of een examencontract. De keuze van het contract hangt af van het doel dat je beoogt en van het studietraject. De student kan in één academiejaar meerdere inschrijvingen nemen en op die manier eventueel ook contracten combineren.

Studiegeld

Het bedrag te betalen door de student voor de deelname aan onderwijs-, leer- en evaluatieactiviteiten.

Studieomvang

Het aantal studiepunten toegekend aan een opleidingsonderdeel (minstens 3) of aan een opleiding.

Studiepunt

Een binnen de Vlaamse Gemeenschap aanvaarde internationale eenheid die overeenstemt met ten minste 25 en ten hoogste 30 uren voorgeschreven onderwijs-, leer- en evaluatieactiviteiten en waarmee de studieomvang van elke opleiding of elk opleidingsonderdeel wordt uitgedrukt. Er worden enkel gehele studiepunten toegekend.

Opgenomen studiepunten:
Studiepunten, verbonden aan opleidingsonderdelen, waarvoor een student zich heeft ingeschreven in een bepaald academiejaar.

Gedelibereerde studiepunten:
Studiepunten waarvoor een student op basis van examens geen creditbewijs verworven heeft, maar waarvoor een examencommissie beslist heeft dat de bijbehorende opleidingsonderdelen niet hervat moeten worden. De examencommissie heeft verklaard dat de student geslaagd is voor het geheel van de opleidingsonderdelen in kwestie die hij tijdens de periode in kwestie heeft gevolgd. Student krijgt geen leerkrediet terug voor gedelibereerde studiepunten.

Verworven studiepunten:
Studiepunten, verbonden aan de opleidingsonderdelen, waarvoor een student een creditbewijs ontvangen heeft en waarvoor hij leerkrediet terugkrijgt.

Studietijd

De in uren weergegeven tijd die van de normstudent gevergd wordt om de voorgeschreven onderwijs-, studie- en toetsactiviteiten van een opleidingsonderdeel, een opleidingsprogramma, een studiejaar of een opleiding af te ronden.

Studietraject

In het kader van een diplomacontract kies je een bepaald studietraject; hierbij heb je de keuze tussen een modeltraject (MT) of een individueel traject (IT).

Studievoortgangbeslissing

Eén van de volgende beslissingen:
- een examenbeslissing, zijnde elke beslissing die al dan niet op grond van een deliberatie een eindoordeel inhoudt inzake het voldoen voor een opleidingsonderdeel, meerdere opleidingsonderdelen van een opleiding, of een opleiding als geheel;
- een examentuchtbeslissing, zijnde een sanctie opgelegd naar aanleiding van examenfeiten;
- de toekenning van een bewijs van bekwaamheid, dat aangeeft dat een student op grond van eerder verworven competenties of eerder verworven kwalificaties bepaalde competenties heeft verworven;
- de toekenning van een vrijstelling, zijnde de opheffing van de verplichting om over een opleidingsonderdeel of een deel ervan examen af te leggen; 
- een beslissing waarbij het volgen van een schakel- en of voorbereidingsprogramma wordt opgelegd en waarbij de studieomvang van een dergelijk programma wordt vastgelegd; 
- het opleggen van een maatregel van studievoortgangbewaking.

Toetredingsovereenkomst

Bij inschrijving of herinschrijving sluit je een toetredingsovereenkomst af met de hogeschool:
- je geeft daarmee te kennen dat je een traject in de hogeschool wil volgen;
- je verklaart je ook akkoord met de onderwijs- en examenregeling van de hogeschool (die volgens behoorlijke inspraakprocedures is tot stand gekomen);
- je wordt geïnformeerd over je wederzijdse rechten en plichten en je krijgt de nodige wegwijsinformatie.

Trajectschijf

Een beschreven en vastgelegd deel van een opleiding, dat bestaat uit 60 studiepunten.

Tutor (PGO)

De begeleider van een onderwijsgroep.

Vermelding

Een woordelijke appreciatie van de globale jaaruitslag van geslaagde studenten, die bij de proclamatie wordt medegedeeld en eventueel opgenomen wordt in het jaarrapport. Bijvoorbeeld: geslaagd met onderscheiding.

Volgtijdelijkheid

De inschrijving voor een opleidingsonderdeel kan onderworpen worden aan de voorwaarde dat de student een ander opleidingsonderdeel moet gevolgd hebben, of dat de student eerst een voldoende examenresultaat moet behaald hebben voor een ander opleidingsonderdeel. Als voldoende examenresultaat wordt beschouwd: een cijfer van 10 of meer op 20 of een lager cijfer dat door de examencommissie werd gedelibereerd. Indien een dergelijke voorwaarde inzake volgtijdelijkheid wordt opgelegd, wordt dit aangegeven in de studiegids.

Voorbereidingsprogramma

Een programma dat kan worden opgelegd aan een student die niet in het bezit is van een diploma dat op rechtstreekse wijze toelating verleent tot de opleiding waarvoor hij wenst te worden ingeschreven.

Vrijstelling

De opheffing van de verplichting om over een opleidingsonderdeel examen af te leggen, op grond van een creditbewijs, een ander studiebewijs of een bewijs van bekwaamheid. Voor deze opleidingsonderdeel/delen wordt geen examencijfer in rekening gebracht bij het oordelen over het slagen in een gehele opleiding, en evenmin voor het toekennen van een graad van verdienste. De omvang van een vrijstelling voor een opleidingsonderdeel wordt uitgedrukt in gehele studiepunten, en wordt, behoudens andersluidende beslissing, gelijkgesteld met de studieomvang van dat opleidingsonderdeel. De studieomvang van de verleende vrijstellingen wordt wel meegerekend voor het bepalen van de studieomvang van de opleiding behoudens andersluidende voorschriften betreffende studieomvang.

Werkstudent (volgens financieringsdecreet)

Een student die aan al de volgende voorwaarden beantwoordt:
a) in het bezit van een bewijs van tewerkstelling in dienstverband met een omvang van ten minste 80 uren per maand, of in het bezit van een bewijs van uitkeringsgerechtigde werkzoekende en de opleiding kadert binnen het door een gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling voorgestelde traject naar werk;
b) nog niet in het bezit van een tweede cyclusdiploma of masterdiploma;
c) ingeschreven in een studietraject met specifieke onderwijs- en leervormen en met specifieke modaliteiten van begeleiding en aanbod, dat als zodanig geregistreerd is in het Hoger Onderwijsregister. De afzonderlijke registratie impliceert niet dat het hier een nieuwe opleiding betreft, zoals bepaald in artikel 60septies van het structuurdecreet.