Wie zijn wij? Kandidaat student Student Personeel Alumni Werkveld International Vacatures

ZoekenRSSactuele pagina downloaden als PDF
Beroepsprocedure studievoortgangsbeslissingen (met uitzondering van de beslissing van de examencommissie en de examentuchtbeslissingen)

Artikel 54. Voorwerp van het beroep
Artikel 55. Interne beroepsprocedure
Artikel 56. Materiële vergissingen
Artikel 57. Vervroegd afstuderen

 

Artikel 54. Voorwerp van het beroep


Tegen elke studievoortgangbeslissing kan de student een beroep aantekenen en de interne beroepsprocedure volgen.

Een studievoortgangbeslissing kan een van de volgende beslissingen zijn (niet limitatief: zie specifieke vermeldingen in de studiegids):
- een examenbeslissing, zijnde elke beslissing die al dan niet op grond van een deliberatie een eindoordeel inhoudt inzake het voldoen voor een opleidingsonderdeel, meerdere opleidingsonderdelen van een opleiding, of een opleiding als geheel;
- een examentuchtbeslissing, zijnde een sanctie opgelegd naar aanleiding van examenfeiten;
- de toekenning van een bewijs van bekwaamheid dat aangeeft dat een student op grond van eerder verworven competenties of eerder verworven kwalificaties bepaalde competenties heeft verworven;
- de toekenning van een vrijstelling, zijnde de opheffing van de verplichting om over een opleidingsonderdeel of een deel ervan examen af te leggen;
- een beslissing waarbij het volgen van een schakel- en of voorbereidingsprogramma wordt opgelegd en waarbij de studieomvang van een dergelijk programma wordt vastgelegd;
- het opleggen van een maatregel van studievoortgangbewaking.


Artikel 55. Interne beroepsprocedure


§1. De student kan in geval van een studievoortgangbeslissing, met uitzondering van de beslissingen van de examencommissie en de examentuchtbeslissingen waarvoor een aparte procedure bestaat (zie art. 75 e.v. van de examenregeling voor de beslissingen van de examencommissie en art. 29 e.v. van de examenregeling voor de examentuchtbeslissing), binnen de vijf kalenderdagen na de dag waarop de student kennis heeft gekregen van deze beslissing, een verzoek tot heroverweging van deze beslissing indienen.

§2. Dit verzoek wordt door de student schriftelijk ingediend bij de algemeen directeur, tegen ontvangstbewijs. De student maakt hierbij de redenen bekend die aan de grondslag liggen van zijn verzoek.

§3. De juridische dienst onderzoekt binnen de twee werkdagen of het verzoek ontvankelijk is, of het m.a.w. vormelijk en procedureel aan de gestelde voorwaarden voldoet. Is dit niet het geval, dan wordt het verzoek gemotiveerd afgewezen.

§4. Indien het verzoek ontvankelijk is, organiseert de algemeen directeur een overleg tussen de betrokkene(n). Hij of zijn afgevaardigde is zelf ook aanwezig op het overleg, evenals de directeur Onderwijs.
Het overleg is bedoeld om de betrokkene(n) de kans te geven hun standpunten uiteen te zetten. Er wordt een verslag gemaakt van het overleg.

§5. De interne beroepscommissie bestaande uit de algemene directeur of zijn afgevaardigde (voorzitter) en de directeur Onderwijs, neemt op grond van het dossier en de resultaten van het overleg een beslissing: ofwel wordt de beslissing bevestigd, ofwel neemt de beroepscommissie een gemotiveerde andere beslissing.
Die beslissing wordt binnen de 15 dagen na indiening van het beroep bij de algemeen directeur aan de student schriftelijk bekend gemaakt. Deze termijn wordt geschorst tijdens vakantieperiodes tot de eerstvolgende werkdag na deze vakantieperiode.

§6. De student kan na het uitputten van deze interne beroepsprocedure beroep aantekenen bij de raad voor studievoortgangbeslissingen. Hij dient hiertoe binnen een vervaltermijn van vijf kalenderdagen die ingaat de dag na die van de kennisname van de beslissing van de interne beroepsprocedure of na het verlopen van een termijn van 15 kalenderdagen na het instellen van het interne beroep. De poststempel geldt als datum van het beroep. Wanneer de laatste dag van de vervaltermijn een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag is, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag waarop de postdiensten open zijn.


Artikel 56. Materiële vergissingen


Klachten over materiële vergissingen met betrekking tot het leerkrediet en studievoortgangbeslissingen met uitzondering van de beslissingen van de examencommissie waarvoor een aparte procedure bestaat (art. 74 e.v. van de examenregeling) moeten uiterlijk binnen de 10 kalenderdagen na kennisname van de beslissing door de student schriftelijk ingediend worden bij het diensthoofd studentenadministratie. Indien zij vaststelt dat er inderdaad sprake is van een materiële vergissing, herstelt zij de fout en wordt dit zo snel mogelijk aan de student meegedeeld.

 

Artikel 57. Vervroegd afstuderen


De student die conform artikel 13 en 14 van het examenreglement in aanmerking komt om in februari af te studeren, moet hiervoor tijdig een aanvraag indienen bij de dienst studentenadministratie.
Voor het vervroegd afstuderen binnen de eerste zittijd dient dit te gebeuren bij de aanvraag Individueel Traject.
Voor de vervroegde tweede zittijd dient deze aanvraag te gebeuren binnen de drie weken na de vervroegde eerste zittijd.
Deze aanvraag wordt overgemaakt aan de opleidingscoördinator. De opleidingscoördinator neemt binnen een redelijke termijn een beslissing. Deze beslissing wordt door de dienst studentenadministratie bekendgemaakt aan de student.
De opleidingscoördinator kan deze aanvraag weigeren (bv. omdat de student nog een te groot aantal studiepunten dient op te nemen of omdat de student bij zijn voorgaande inschrijven te weinig studievoortgang maakte).
Indien je aanvraag werd toegestaan, is dit definitief. Je kan dit niet meer herroepen.
Je kan beroep aantekenen tegen deze beslissing bij de beroepscommissie conform de procedure uitgewerkt in de artikelen 54 en 55 van deze onderwijsregeling.