- Afdeling 2. Studiepunten en studietijd
-
Artikel 3. Studieomvang
Artikel 4. Studietijdmeting
Artikel 5. Gewogen examencijfer in functie van studiepuntenArtikel 3. Studieomvang
Het hogeschoolbestuur bepaalt voor elke opleiding het opleidingsprogramma, zijnde een samenhangend geheel van onderwijs- en andere activiteiten. De studieomvang van een opleiding wordt uitgedrukt in studiepunten. Een bacheloropleiding heeft een studieomvang van 180 studiepunten, een masteropleiding een omvang van 60 of 120 studiepunten.
In één academiejaar besteedt een student die een voltijds modeltraject volgt tussen 1500 en 1800 uren aan onderwijs of andere studieactiviteiten.
Eén studiepunt staat voor 25 tot 30 uren studietijd. Dat is een internationaal aanvaarde afspraak. Een opleidingsonderdeel van het opleidingsprogramma dat bv. 7 studiepunten omvat, vraagt van de student een studietijd van tussen 175 en 210 uren.
Artikel 4. Studietijdmeting
De hogeschool voert op gezette tijden bij de studenten een studietijdmeting uit om vast te stellen of de vastgestelde studiepunten overeenstemmen met de studieactiviteit van de gemiddelde student.Artikel 5. Gewogen examencijfer in functie van studiepunten
Elk opleidingsonderdeel waarover examen wordt afgelegd, krijgt een beoordeling op 20. Wie ten minste 10 behaalt, krijgt voor dat onderdeel een creditbewijs. Bij het vaststellen van de tolerantie van tekorten en bij het toekennen van graden hanteert de examencommissie een gewogen examencijfer van een opleidingsonderdeel: het gewicht van een cijfer staat in verhouding tot de studiepunten (het examencijfer wordt m.a.w. vermenigvuldigd met het aantal studiepunten van het opleidingsonderdeel).
Het studieprogramma dat een voltijds student in één academiejaar afwerkt, omvat tussen 54 en 66 studiepunten.