- Afdeling 3. Tuchtregeling
-
Artikel 19. Algemeen
Artikel 20. Ordemaatregelen
Artikel 21. Tuchtprocedure
De studenten die zich in de PHL inschrijven, dienen zich te gedragen met zin voor verantwoordelijkheid en steeds handelend vanuit respect voor zichzelf, voor anderen en voor de goederen van de PHL en van anderen.
De hogeschool verwacht van haar studenten dat zij tijdens hun hele opleiding blijk geven van zelfdiscipline, zelfcontrole en fair-play.
Studenten die hieraan te kort schieten, kunnen onderworpen worden aan sancties zoals hieronder omschreven.
Artikel 20. Ordemaatregelen
Gedragingen die de goede werking van het onderwijs of de hogeschool hinderen, kunnen aanleiding geven tot het nemen van een ordemaatregel. De ordemaatregel moet de student helpen zijn gedrag te verbeteren en zo aan te passen dat een goede samenwerking opnieuw mogelijk wordt.
De ordemaatregel wordt genomen door het betrokken departementshoofd of een lid van het personeel, en wordt gemeld aan de dienst studentenadministratie.Mogelijke ordemaatregelen zijn:
- de waarschuwing;
- de tijdelijke uitsluiting uit een onderwijsactiviteit;
- de tijdelijke ontzegging van de toegang tot een lokaal of ruimte;
- de tijdelijke uitsluiting uit de hogeschool als bewarende of voorbereidende maatregel op een tuchtmaatregel.
De tijdelijke uitsluiting uit de hogeschool als bewarende of voorbereidende maatregel op een tuchtmaatregel kan alleen door het departementshoofd worden genomen.
Tegen een ordemaatregel kan geen beroep aangetekend worden.
Deze maatregel die wordt uitgesproken voor de beperkte duur van het onderzoek, veronderstelt een voorafgaandelijk onderhoud met de student.
Artikel 21. Tuchtprocedure§1. Omschrijving
Gedragingen die geacht worden een gevaar uit te maken voor de goede werking van het onderwijs of het departement, kunnen aanleiding geven tot een tuchtmaatregel.§2. Tuchtmaatregelen
Tuchtmaatregelen worden genomen door het departementshoofd en kunnen samenvallen met maatregelen genomen door de examencommissie.Mogelijke tuchtmaatregelen zijn:
- de blaam;
- de ontzegging van het recht om één of meer lessen en practica te volgen;
- de tijdelijke uitsluiting uit het departement of de hogeschool;
- de tijdelijke uitsluiting uit de hogeschool in afwachting van een uitspraak in een strafrechterlijke aangelegenheid;
- de weigering van de toestemming om zich opnieuw te laten inschrijven;
- de definitieve uitsluiting uit het departement of hogeschool.
§3. Uitnodiging gesprek
Indien er aanleiding is tot het nemen van een tuchtmaatregel, wordt de student door het departementshoofd schriftelijk uitgenodigd voor een onderhoud over de vastgestelde feiten.De uitnodiging vermeldt:
- de hem ten laste gelegde feiten waarvoor de toepassing van een tuchtstraf wordt overwogen;
- de modaliteiten voor inzage van het tuchtdossier;
- plaats, dag en uur van het onderhoud;
- de mogelijkheid voor de betrokkene om zich te laten bijstaan door een raadsman.
Tussen de oproep en het onderhoud moet voldoende tijd zijn om de student de gelegenheid te geven inzage in het dossier te krijgen, eventueel een beroep te doen op een raadsman en het onderhoud voor te bereiden.
§4. Inhoud tuchtdossier
Het tuchtdossier bevat de stukken waarop de tenlastelegging steunt. Die stukken worden door de student geviseerd. Weigert hij ze te viseren dan wordt dit, in aanwezigheid van een getuige, op het betrokken stuk vermeld.§5. Beslissing
De beslissing tot het nemen van een tuchtmaatregel wordt door het departementshoofd schriftelijk gemotiveerd. Zij wordt aan de student betekend per aangetekende brief, uiterlijk de vijfde werkdag na het onderhoud.§6. Beroep
Indien de student de beslissing betwist waarbij een tuchtmaatregel wordt opgelegd, kan hij bij aangetekende brief beroep aantekenen bij de voorzitter van de tuchtcommissie binnen de vijf werkdagen na betekening van de beslissing. De poststempel geldt als datum. De student wordt door de voorzitter uitgenodigd voor een onderhoud met de tuchtcommissie over de vastgestelde feiten. Hij kan zich laten bijstaan door een raadsman.
Uiterlijk de tiende werkdag na ontvangst van het bezwaarschrift neemt de tuchtcommissie een beslissing op basis van het volledige tuchtdossier. Indien zij het nodig acht, kan de commissie een bijkomend onderzoek bevelen. Indien een bijkomend onderzoek wordt bevolen, wordt de termijn met tien dagen verlengd.
De tuchtcommissie deelt aan het departementshoofd en de student (of desgevallend zijn/haar raadsman) mee:- of de eerder genomen tuchtmaatregel gehandhaafd blijft;
- of de tuchtmaatregel wordt vervangen door een andere;
- of de tuchtmaatregel wordt ingetrokken.
De tuchtcommissie wordt als volgt samengesteld:
- de algemeen directeur van de Provinciale Hogeschool Limburg (PHL) of zijn afgevaardigde;
- de opleidingscoördinator;
- een jurist;
- twee leden van het onderwijzend personeel belast met de onderwijsactiviteiten van de student, aangeduid door het departementshoofd;
- een lid van de studentenraad behorende tot het departement.
In opleidingen waar het departementshoofd tevens opleidingscoördinator is, telt de tuchtcommissie één lid minder; de commissie vergadert er zonder de opleidingscoördinator/departementshoofd.
De tuchtcommissie kan rechtsgeldig beslissen bij aanwezigheid van drie van haar leden. Zij beslist bij gewone meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen beslist de voorzitter.